Onderweg van Smithton naar Launceston maken we op de vijfde dag van onze tour een wandeling door de Tarkine Wilderness. Dit is een van de meest uitgestrekte regenwouden van Australië. Deze tour maken we in de ochtend onder begeleiding van een gids. Goede schoenen en regenkleding is een must. Onderweg naar Launceston zullen we stoppen bij Ashgrove Cheese Factory waar we een rondleiding krijgen en diverse kaasjes kunnen proeven. Een mooie dag dus vandaag.
Tarkine Walks
Pieman River
De Tarkine is een gebied met het Savage River National Park in het noordwesten van Tasmanië, Australië, waarvan milieu-niet-gouvernementele organisaties beweren dat het grote delen van de wildernis bevat (zie verder de Engelse versie van Tarkine in Wikipedia).
Op de ochtend van dag vier bezoeken we Cradle Mountain NP. We zien Dove Lake dat een spectaculair zicht biedt op Cradle Mountain. Wellicht zullen we ook wallabies, echidna's en pademelons zien. Via Table Cape, met de prachtige kustlijn, vuurtoren en het uitzicht op de Bass Strait zullen we dan naar Smithton rijden. Onderweg maken we dan een stop bij het pittoreske Stanley en zien we "The Nut", een 137m.hoge klif. Genoeg te zien dus deze dag!
Table Cape is een vulkanische plug vlakbij Wynyard in het noordwesten van Tasmanië, Australië, het is ook de naam van de plaats die het geologische kenmerk omvat.
In het westen, naar de Indische Oceaan toe, wordt de Straat Bass begrensd door het Kingeiland. De Furneauxgroep (met als grootste eilanden Flinderseiland en Cape Barreneiland) ligt aan de oostkant, tegen de Tasmanzee aan. De zeestraat staat bekend om haar ruwe, stormachtige zee. In het Engels worden deze wateren the Roaring Forties genoemd, naar de 40e breedtegraad die erdoorheen loopt.
In de ijstijden stond Straat Bass droog, dat wil zeggen dat Tasmanië met het vasteland van Australië verbonden was. De zeespiegel stond toen ongeveer 100-125 m lager dan tegenwoordig.
Stanley en "The Nut", een klif van 137m.
Aan de noordwestkust van Tasmanië ligt het badplaatsje Stanley. Bekijk de zeehonden en de dwergpinguïns rond de haven. Stanley is een levendig plaatsje met hotels, restaurants en winkels. Midden in het stadje ligt de vreemde tafelberg - genaamd "The Nut". De berg heeft de bijnaam "Ayers Rock on the Beach". U kunt met een kabelbaantje omhoog en heeft hiervandaan een prachtig uitzicht over het kustgebergte van het Rocky Cape National Park.
Op deze derde dag van onze rondreis staat in de ochtend een cruise over de Gordon River op het programma. Dit zal ongetwijfeld het hoogtepunt van deze dag gaan worden. We zullen gaan genieten van de schoonheid van de ongerepte natuur. We zullen een stop maken bij Sarah Island en hier meer leren over deze minder bekende nederzetting van gedetineerden. Via Rosebery en Tullah zullen we vervolgens naar Cradle Mountain National Park rijden voor de overnachting. Op dag vier zullen we uitgebreid Cradle Mountain NP bezoeken.
Het Nationaal
park Cradle Mountain-Lake St Clair, met in haar centrum Cradle
Mountain, is veruit het populairste Nationale Park in Tasmanië (Australië), maar
tegelijkertijd ook het meest geïsoleerde en wildste. Het 161.000 ha. grote park
bevat eveneens Lake St. Clair, een 200m diep glaciaal meer, het diepste in het
Zuidelijk halfrond. In het park ligt Mount Osa (1.617 m) de hoogste berg van
Tasmanië, een variatie aan landschappen: bergmeren, oerbos, watervallen,
heidevelden en regenwoud, de Cradle Mountain (1.545 m).
Het
nationaal park bevindt zich in de Centrale hoogtes van Tasmanië, 165 km ten
noordwesten van de stad Hobart. Er zijn
veel wandelroutes in het park, en het is ook waar de meeste trektochten over
het bekende Overland Track meestal beginnen. Belangrijkste trekpleisters zijn
Cradle Mountain en Barn Bluff in het noordelijke deel, Mount Pelion East, Mount
Pelion West, Mount Oakleigh en Mount Ossa in het midden en Lake St Clair in het
zuidelijke deel van het park. Het park is deel van het Werelderfgoedgebied “Tasmaanse wildernis”.
Toegang en prijs
Toegang aan
de zuidelijke kant (Lake St. Clair) is meestal vanaf Derwent Brug op de Lyell
snelweg. Aan het noorden (Cradle Valley) is meestal via Sheffield, Wilmot of
Mole Creek. Een minder gebruikte toegang is via het “Arm rivier pad”, aan de
oostkant. In 2005 werd er voor de Tasmaanse parken een reservatiesysteem en
toegangsprijs ingevoerd voor het gebruiken van het “Overland Track” tijdens het
hoogseizoen. Initieel was de toegangsprijs 100 Australische dollar, maar deze
prijs is opgetrokken tot 160 dollar in 2011. Het geld dat zo verzameld wordt
gaat naar de organisatie van de parkwacht, onderhoud van de paden, parkgebouwen
en de huur van helikopters voor het transport van afval van de toiletten en
hutten in het park.
Ontwikkeling
De Tasmaanse
regering staat ontwikkeling toe in de nationale parken en gebieden voor
natuurbehoud. Er is al een principeakkoord voor het bouwen van een ecologisch
vakantiepark in Pumphouse Point bij Lake St Clair.
Flora
Het Cradle
Mountain-Lake St Clair National Park is een belangrijke regio voor inheemse
soorten van Tasmanië. 40-55% van de alpine flora komt enkel hier voor.
Bovendien komt 68% van de soorten die geregistreerd zijn in de hogere
regenwouden van Tasmanië in dit park voor. De alpine vegetatie van het park is
zeer divers en is voor het grootste deel ontsnapt aan de bosbranden waaronder
de omringende gebieden zwaar te lijden hebben gehad.
Op deze tweede dag van onze rondreis maken we kennis met de ongerepte natuur van Tasmanië. Onderweg naar Strahan bezoeken we Mt. Field National Park, het oudste nationale park van Tasmanië en maken we een wandeling naar de spectaculaire Russell Falls, omgeven door enorme inheemse eucalyptus bomen. We rijden naar Lake St. Clair, het diepste zoetwatermeer van het land. We vervolgen de route door regenwouden naar het kustplaatsje Strahan, toegangspoort tot het Franklin-Gordon Wild Rivers National Park. Hier zullen we ook overnachten.
Het Nationaal
park Mount Field is een nationaal park in Australië. Het
ligt centraal-zuidelijk van Tasmanië en heeft een oppervlakte van 15.881
hectare.
Het is op 29 augustus1916
tot nationaal park verklaard en in 1982 tot Wereldpatrimonium. Bezienswaardigheden in het
park zijn de Russellwaterval en de hoge snowgums.
Russel Falls in Mt. Field N.P.
Lake St Clair of leeawulenna is een natuurlijk zoetwatermeer gelegen in het Central Highlands-gebied van Tasmanië, Australië. Het meer vormt het zuidelijke einde van het Cradle Mountain-Lake St Clair National Park (ik kom later terug op Cradle Mountain). Het is het diepste zoetwatermeer van het land.
Strahan
Franklin River.
Cruise op de Gordon River zoals wij ook gaan doen.
Het Nationaal park Franklin-Gordon Wild Rivers is een nationaal park in Australië. Het ligt in zuidwestelijk
Tasmanië en heeft een oppervlakte van 446.342 hectare.
Het is op 3 mei 1939 tot een nationaal park verklaard.
Tasmanië (Engels: Tasmania) is een eiland en staat
van het Gemenebest van Australië. Het
ligt 240 kilometer (150 mijl) ten zuidoosten van het Australische vasteland en
is ervan gescheiden door de Straat Bass. De
hoofdstad van Tasmanië is Hobart.
Geschiedenis
Tasmanië was
het grootste deel van de afgelopen 100.000 jaar verbonden met het Australische
vasteland. Daardoor werd het waarschijnlijk vrij snel bevolkt na de aankomst
van de eerste mensen in Australië. De eerste Australiërs zouden reeds 60.000
jaar geleden op het continent kunnen zijn aangekomen. Tasmaniërs zagen eruit
als donkere Afrikanen. Ze waren vrij groot: de mannen waren gemiddeld 1,63 tot
1,70 meter, maar sommigen waren tot 2 meter lang. De oudste archeologische
vindplaatsen van het eiland zijn de Warreengrot, naar schatting 34.790 jaar
oud, en de Parmerpar Meethaneergrot die tussen 44.200 en 34.000 jaar oud is. De stenen werktuigen van de Tasmaniërs waren vrij
primitief in vergelijking met die van andere moderne mensen. Het eiland raakte
ongeveer 8.000 jaar geleden opnieuw gescheiden van het vasteland. Dat maakte
nadien nog een aanzienlijke ontwikkeling door, terwijl op Tasmanië sommige
technieken, zoals die van werktuigen met heft, zelfs verloren gingen. De
Tasmaniërs leefden als jagers en verzamelaars. Ze waren, naargelang de
schatting, met tussen de 3.000 en 10.000 mensen. Er leefden verschillende
stammen die regelmatig onderling oorlog voerden. De Tasmaniërs maakten zoals
mensen elders kunst, onder andere rotskunst.
De gouverneur van Nederlands-Indië, Antonie van Diemen,
gaf Abel Tasman opdracht voor een ontdekkingsreis
naar het vasteland van Australië. Op zijn reis ontdekte Tasman het later naar
hem vernoemde eiland op 24 november1642.
Hij noemde het naar zijn opdrachtgever: Van Diemensland. Aan het einde van de 18e eeuw
koloniseerden de Engelsen het eiland en brachten er Engelse en Ierse
gedeporteerden onder. Nadat deze deportaties vanuit Engeland werden stopgezet,
veranderden de Vandiemenslanders de naam van het eiland op 1 januari1856
in 'Tasmanië', naar zijn Nederlandse ontdekker. De hoofdstad Hobart is, na Sydney, de oudste stad van Australië.
In 1803
kondigde de Engelse gouverneur, John Bowen, de krijgswet af. De oorspronkelijke
Tasmaniërs (Aboriginals)
werden tot 1830 bijna volledig uitgeroeid. Er leven geen rechtstreekse
afstammelingen van Tasmaniërs meer, enkel nog mensen die afstammen van
vrouwelijke Tasmaniërs en Europeanen. De laatste volbloed Tasmaanse, Trucanini, stierf in mei 1876.
Cradle Mountain behind Dove Lake
Natuur Natuurbescherming
Hoewel het
eiland de kleinste deelstaat is, zijn er ongeveer 500 zelfstandige beschermde
gebieden, met een totale oppervlakte van 40% van de landoppervlakte van
Tasmanië. Het eiland werd lange tijd gezien als vooruitstrevend op het gebied
van de natuurbescherming, maar inmiddels is dat niet meer het geval. Zo wordt de Styxvallei bedreigd door houtkapbedrijven en
worden ook veel andere natuurgebieden die niet
beschermd zijn, bedreigd met totale vernietiging. De status van de beschermde
gebieden wordt zelfs als argument gebruikt om de ecologische diversiteit van de
aangrenzende gebieden teniet te doen. Desalniettemin staat de Tasmaanse wildernis
qua natuur en cultuur op de Werelderfgoedlijst.
Roofbuideldieren
Tasmaanse
duivel
Op Tasmanië
komen twee soorten roofbuideldieren
voor. Zo is het eiland de enige plek waar de Tasmaanse duivel nog rondloopt, een 60 cm
lang, vleesetend en zwart-wit gekleurd buideldier, bekend om zijn grote vraatzucht en
wreedheid. Sinds eind 20e eeuw neemt het aantal Tasmaanse duivels zienderogen
af als gevolg van een virus. Programma's om de dieren te redden zijn in volle gang. Zo zijn er dieren verplaatst naar een naburig eiland waar het virus niet voorkomt en tot nu toe met goed resultaat. Alle herplaatste dieren zijn nog gezond.
Een ander roofbuideldier dat hoofdzakelijk op Tasmanië wordt aangetroffen,
is de gevlekte buidelmarter,
een buidelmarter van gemiddeld 35 cm lengte met
een wit gevlekte, lichtbruine kleur.
Tot begin
jaren 30 van de 20e eeuw was Tasmanië ook het enige gebied waar de buidelwolf (of Tasmaanse tijger) zich nog
ophield, maar het laatste exemplaar van dit eveneens tot de roofbuideldieren
behorende dier stierf in 1936 in de dierentuin van Hobart.
Andere dieren
Tasmanië
herbergt nog een aantal andere dieren die nergens anders (meer) voorkomen. De pseudomys higginsi
is een ongeveer 13 cm groot knaagdier, dat vooral in de hoger gelegen bossen
leeft. De roodbuikpademelon
is een bruinachtige kangoeroe van zo'n
60 cm hoogte die alleen nog op Tasmanië rondspringt. De Tasmaanse
borstelstaartkangoeroerat is een ruim 30 cm lange, bruingrijze kangoeroerat die slechts Tasmanië nog als
leefgebied heeft en zich 's nachts en op de grond voortbeweegt. Hobart is de hoofdstad van de Australische
deelstaat Tasmanië. De havenstad is gelegen aan de
zuidoostkust van het eiland en is na Sydney de oudste van het land. Hobart heeft
ongeveer 47.000 inwoners, Groot-Hobart heeft ongeveer 200.000 inwoners. De stad
ligt aan de rivier de Derwent,
de Tasman Highway en aan de voet van de 1271 meter
hoge Mount Wellington.
In Hobart is de Universiteit van Tasmanië gevestigd.
De haven van Hobart met daarachter het centrum en Mount Wellington
De eerste drie dagen van onze reis naar Tasmanië zullen we doorbrengen aan boord van maar liefst drie vliegtuigen. De totale vluchtduur van Amsterdam naar Hobart zal ongeveer 22 uur bedragen, maar daarbij komt nog overstap en wachttijd op verschillende vliegvelden.
We vertrekken op zondag 3 november om 22.00 uur 's avonds. Dat betekent dat we om 19.00 uur op Schiphol moeten zijn. We vliegen met Emirates en ik weet dat dat bubbeldeks vliegtuigen zijn😖😌.
Onze eerste stop zal op Dubai zijn waar we op 4 november om 7.45 uur plaatselijke tijd aankomen (vluchtduur 6.45 uur). Vanuit Dubai vertrekken we dan weer om 9.55 uur om naar Melbourne te vliegen waar we op 5 november om 6.30 uur plaatselijke tijd aankomen (vluchtduur 13.35 uur). Dit zal de langste vlucht worden en hopelijk kunnen we wat slapen. De volgende vlucht naar Hobart op Tasmanië vertrekt op 5 november om 12.45 uur en is tevens de kortste vlucht. Hier komen we om 14.00 uur plaatselijke tijd aan (vluchtduur 1.15 uur). Ik denk dat als we aankomen we van voren niet meer weten dat we van achteren nog leven! We komen dus op 5 november aan. In Hobart is het dan 10 uur later dan in Nederland dus voor ons niet zo gunstig (op de terugweg halen we deze uren weer in). Vanaf het vliegveld met eigen vervoer naar ons hotel, het Wrest Point in Hobart. We hebben dan een heerlijke nacht voor de boeg eer we de volgende ochtend aan onze rondreis over het eiland beginnen. De reis begint voor ons op 6 november en volgens de brochure is dat de eerste dag van onze rondreis. En hier staat iets vreemds, want nadat we van de luchthaven naar ons hotel zijn gebracht maken we aansluitend een begeleide tour door Hobart waar we o.a Battery Point, Salamanca Place, de botanische tuinen en Constitution Dock gaan zien. Een uitzicht over de stad vanaf Mt. Nelson hoort daar ook bij. Aangezien dit voor ons geen optie was hebben wij besloten om een dag eerder te vertrekken en wel op zondag zodat we hier op dinsdag fris en fruitig aan kunnen deelnemen. We gaan zien hoe het allemaal loopt, vandaar mijn opmerking "Hell of a Flight".
Morgen meer over Tasmanië.